Over Sibrich 2017-07-03T08:56:46+00:00

Opleiding en werk

In 1991 is Sibrich afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’ te Kampen, keramische vormgeving en eerstegraads lerarenopleiding handvaardigheid en kunstgeschiedenis. Vanaf 1991 tot op heden is ze werkzaam in het onderwijs en in haar eigen atelier. In 1993 is haar een startstipendium toegekend door Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.
Vanaf 2006 woont ze in Rasquert en heeft hier een prachtig atelier.

Inspiratie

Inspiratie vindt ze op de plek waar ze woont en werkt, een boerderij midden in het weidse land op het Groninger Hogeland. Het atelier bestaat voor een groot deel uit glas en zo is ze onderdeel van het landschap om haar heen. In de verre verte ziet ze het silhouet van een dorpje, de horizon en de enorme ruimte. Wolkenpartijen, het prachtige kleiland en de altijd aanwezige wind inspireren haar. De beelden van Sibrich zijn vertalingen van dit landschap en de wijze waarop zij dit beleeft. Wolken, wind, zon, water, horizon, aarde en geploegd land krijgen vorm in beelden.

Series werk

Het werk van Sibrich is in te delen in verschillende groepen: vrij werk, gietwerk en combiwerk, keramiek gecombineerd met andere materialen.
Bij het vrije werk gaat het om unieke enkele stukken, opgebouwd met grove of fijne witte chamotte. Bij het gietwerk maakt Sibrich gebruik van zelfgemaakte gietmallen waarbij ze beelden in serie maakt. Het combiwerk bestaat uit beelden van keramiek gecombineerd met andere materialen, werk voor aan de wand of werk in de ruimte. Sibrich combineert hierbij keramiek met hout, metaal, vilt, leer, en elastiek.

Vormgeving en technieken

Sibrich haar beelden zijn kenmerkend door de stilering, met eenvoudige vormgeving een krachtig verhaal vertellen zonder veel detaillering.
Ze past verschillende technieken toe, ze bouwt haar werk hol op met fijne of grove witte chamotteklei en na de biscuitbrand op 1020 graden glazuurt ze haar werk met zelf ontwikkelde glazuren en stook het glazuur op 1140 graden (steengoed). Vaak krijgen beelden nog een toevoeging met luster en deze stookt ze op 750 graden.

Ook maakt ze veelvuldig gebruik van gietmallen. Ze maakt met draaiklei een massief prototype en daar maakt ze dan van gips een mal omheen. Ook maakt ze mallen van bestaande vormen zoals vissen en aardappels. De mallen bestaan uit meerdere delen, voor het gieten maakt ze gebruik van witte steengoed gietklei en porselein gietklei . Het stoken en het glazuren vindt bij de gegoten vormen op dezelfde manier plaats als bij opgebouwde vormen. Het porselein stookt ze op 1280 graden.

Bij het werken met keramiek gecombineerd met andere materialen wordt ze geïnspireerd door de texturen en de kleuren van de verschillende materialen.